Ik zag haar hoofd op Facebook -amper veranderd- en het zweet brak me uit. Bizar, wat voor effect een pestkop van vroeger twintig jaar na dato op je kan hebben.
Voor de duidelijkheid: ik ben nooit écht gepest. Alhoewel ik een makkelijke prooi was, met mijn lila ribbroek (mijn lievelingskleur), Birckenstocks, acné, beugel, en spikkeltjesbril waarvan de ene poot roze was, en de andere mintgroen. Waarschijnlijk omdat ik op een christelijke school op het VWO zat (daar wordt nu eenmaal minder gepest), en een fijn vriendinnengroepje had waarin ik me veilig voelde.
Shirley
Nee, dit meisje pestte me altijd op turnen, een sport waarop ik vijftien jaar heb gezeten, maar waarna ik nog steeds geen spagaat kan. Ze heette Shirley (schuilnaam, en dat vind ik best aardig van mij), en was nota bene een paar maanden jonger dan ik. Op de een of andere manier is het namelijk een afgang om door een jonger iemand gepest te worden. Intimideren deed ze vooral: dreigen dat ze me in elkaar zou slaan, duwen, neerbuigend over me praten tegen anderen, die daar hard om moesten lachen. Soms kwam er een nieuw meisje in de groep. ‘Yes’, dacht ik, een nieuw slachtoffer, waardoor ik meer in de luwte de vouwhang in de ringen kon doen. Maar Shirley bleef haar pijlen op mij richten.
Bril
Achteraf is me deels duidelijk waarom: ik was de eeuwige derde op de jaarlijkse wedstrijd van Turnlust, en Shirley kwam áltijd na mij. Ze was altijd een beetje slechter dan ik. Dus werd ze vierde. Dus kon ze niet op het podium staan. Altijd net niet. Aan de andere kant: het meisje dat eerste werd, daar deed Shirley ook nooit onaardig tegen. Misschien was het wel omdat ze vond dat ik er stom uitzag, met mijn bril, die ik altijd op had (anders viel ik met mijn -7 zo van de balk af), ook al deed ik een vette arabier op de lange mat. Of misschien vond ze mijn draculatanden lelijk. Misschien, misschien…
In elk geval kwam ik Shirley opeens tegen op Facebook. Met een klein meisje (niet haar dochter), waarbij ze geschreven had: ‘Ik en mini me’. Mijn vingers jeukten om haar berichtje te sturen: ’Ik mag hopen dat je mini me niet zo’n pestkop wordt als jij was’. Maar ik deed het niet…